| |
|
 |
Inleiding |
 |
|
Peter,
een tweejarige jongen met het Downsyndroom, weigert na een
hartoperatie op de leeftijd van 7 maanden iedere vorm van
voedselaanbod. Zo raakt hij volledig afhankelijk van sondevoeding,
eerst via de neus, daarna met een maagsonde. Na een dagbehandeling
van 10 maanden eet hij uitsluitend oraal en kan de sonde worden
verwijderd.
Susan, is een driejarig meisje met het Noonan-syndroom dat
na een hartoperatie in haar tweede levensmaand erg moeizaam
uit de fles dronk waardoor aanvullende sondevoeding noodzakelijk
is. Overgang naar gevarieerde voeding met de lepel of de fles
is nooit gelukt. Na een gedragsbehandeling van 3 maanden op
De Winckelsteegh eet Susan met lepel en vork en is de flesvoeding
komen te vervallen.
Christien, een meisje van vier, met ontwikkelingsachterstand,
heeft sinds de geboorte niet gegeten en is volledig sondeafhankelijk.
Sinds haar tweede levensjaar braakt ze meerdere keren per
dag. Gedragsmatige behandeling leert haar volledig oraal te
eten, terwijl ondersteund door medicatie, Christien niet meer
braakt. De neus- maagsonde kon definitief worden verwijderd
en de medicatie is inmiddels afgebouwd.
Voor alle drie de kinderen en hun ouders betekent het oraal
leren eten een omslag in de kwaliteit van hun bestaan.
Hoe is het mogelijk dat eten, basis voor liefdevolle omgang
tussen ouders en kind, is kunnen verworden tot een voor het
kind fobische angst om te eten en een voor de ouders dagelijkse
terreur van calorieën tellen met ontgoocheling, frustratie
zelfs met mishandeling als gevolg.
|
|
 |
Chronische voedselweigering |
 |
| Ondanks het
instinctieve gemak waarmee de meeste kinderen leren eten,
komen voeding- en eetproblemen (weliswaar kortdurend) ook
bij gezonde kinderen relatief vaak voor. Zo'n 25 tot 40% van
alle kinderen in de voorschoolse leeftijd hebben problemen
met eten. Waar het normale ontwikkelingsproces van leren eten
echter langdurig wordt verstoord doet chronische voedselweigering
zich met een hoge incidentie in het bijzonder voor bij kinderen
met een fysieke en/of verstandelijke beperking, bij premature
kinderen en kinderen met een te laag geboortegewicht.
Voedings- en eetproblemen kunnen worden beschreven als variërend
van selectieve en zeer beperkte acceptatie van bepaalde soorten
of textuur van voeding, ophalen en uitbraken van voedsel,
slikangst en niet zelfstandig willen eten, tot complete weigering
van zowel vast als vloeibaar voedsel. Pogingen door ouders
om deze kinderen voeding aan te bieden gaan onvermijdelijk
gepaard met gedragsproblemen als schreeuwen, huilen, hoofd
wegdraaien, woede-uitbarstingen, zichzelf slaan, agressie
of uitbraken van eerdere (sonde)voeding. In zijn meest extreme
vorm kan dit leiden tot chronische ondervoeding, extreem gewichtsverlies,
groeiachterstand, verlaagde weerstand tegen ziekte, uitdroging
en bij uitblijven van medisch ingrijpen tot een voor het kind
levensbedreigende situatie. De maaltijd is gereduceerd tot
een neerwaartse spiraal van spanning, frustratie, stress,
verzet en angst voor zowel het kind als zijn ouders. Het op
kunstmatige wijze toedienen van voeding door middel van een
neus/maag-, maag- of PEGsonde is dan ook de onvermijdelijke
en enige mogelijkheid om deze negatieve spiraal voor ouders
en kind te doorbreken.
Gelukkig bestaan er mogelijkheden om deze kinderen, het liefst
zo jong mogelijk, (weer) oraal te leren eten ook wanneer de
voedselweigering syndroomgebonden is. Het eetteam van De Winckelsteegh
te Nijmegen heeft zich de voorbije 10 jaar gespecialiseerd
in de behandeling van chronische voedselweigering bij kinderen
met een (vermoedelijke) ontwikkelingsachterstand. De Winckelsteegh
verkreeg hiervoor een landelijke erkenning als expertisecentrum
in de vorm van een aantal goedgekeurde specialistische behandelplaatsen,
samengebracht in een aparte behandelunit.
|
|
 |
Consultatie en behandeling |
 |
| Het eetteam
van De Winckelsteegh biedt afhankelijk van de complexiteit
van de vraag een aantal vormen van hulp bestaande uit:
- Telefonische consultatie en advies;
- Poliklinische consultatie en advisering/doorverwijzing;
- Het geven van een second opinion;
- Reconstructieve diagnostiek naar het ontstaan van de
eetproblematiek en naar factoren die deze in standhouden
dan wel doen toenemen;
- Kortdurende observatie;
- Indicatie voor behandeling;
- Ambulante behandeling thuis en op kinderdagverblijf of
school;
- Dagbehandeling
- Klinische 24-uurs behandeling;
- Ouder- en gezinsbegeleiding (o.m. videofeedback);
- Instructie en begeleiding van vervolgvoorzieningen (bijv.
kinderdagverblijf/school);
- Toegepast wetenschappelijk onderzoek i.s.m. de vakgroep
orthopedagogiek van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
De kosten voor consult, behandeling en waar nodig verblijf
worden betaald conform de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(AWBZ). |
|
 |
Multidisciplinaire
aanpak |
 |
| Omdat chronische
voedselweigering kan worden opgevat als een bio-psycho-sociaal
probleem, wordt binnen het eetteam van aanmelding tot ontslag
structureel vanuit meerdere disciplines samengewerkt te weten:
gedragswetenschappelijke en medische disciplines, maatschappelijk
werk, verpleging, fysiotherapie, (pre)logopedie en diëtiek.
Als vaste consulenten van het eetteam zijn betrokken: een
kinderneuroloog, een kinderpsychiater, een kindergastro-enteroloog,
een kinderradioloog en een logopedist. Het eetteam heeft d.m.v.
een dubbele aanstelling een vast samenwerkingsverband met
de vakgroep orthopedagogiek, sectie Leren en Ontwikkelen van
de Radboud Universiteit te Nijmegen. |
|
 |
Knabbel |
 |
| Knabbel,
de behandelunit voor kinderen met chronische voedselweigering
is gesitueerd als aparte unit op het terrein van De Winckelsteegh
te Nijmegen. Deze unit biedt zowel ambulante, dag- als 24-uursbehandeling.
Tot de doelgroep van Knabbel horen kinderen met chronische
voedingsproblemen variërend van extreme voedselvoorkeur,
chronisch braken tot complete voedselweigering. Veelal is
er ook sprake van een complexe medische voorgeschiedenis die
geleid heeft tot bovengenoemde gedragsproblemen. Van meet
af aan worden ouders medebetrokken in de behandeling, aanvankelijk
via meekijken en meedenken tot uiteindelijk zelf uitvoeren.
|
|
|
|